Arameeërs
De etnische identiteit van de "Suryoye"
Nog niet alle ‘Suryoye' hebben een duidelijk beeld voor ogen wat nu de etnische identiteit van hun volk is. Ook niet die ‘Suryoye', die zich reeds bij één van de twee bekende groepen ‘Assyriërs' of ‘Arameeërs' hebben aangesloten. Tevens is het en blijft het verder nog altijd een veel voorkomend verschijnsel, dat wij ‘Suryoye' moeite blijken te hebben om aan buitenstaanders uit te leggen wie wij zijn, waar wij vandaan komen, et cetera.
‘Suryoye'/'Syriërs'
Allereerst moge het duidelijk zijn, dat de vertaling van ‘Suryoye' eenvoudigweg ‘Syriërs' luidt. Verwarring treedt vervolgens op, omdat er vandaag een land Syrië bestaat waarvan de inwoners Arabieren zijn (merendeel moslims) en óók met Syriërs worden aangeduid. Er is natuurlijk veel te zeggen over de ontstaansgeschiedenis en de vorming van het tegenwoordige Syrië en zijn inwoners; de formele benaming van Syrië, vanaf 25 juli 1920 - 7 april 1946 Frans mandaatgebied en tussen 1958 en 1971 nog officieel bekend als de Verenigde Arabische Republiek, is de Syrische Arabische Republiek/Al-Jumhuriyah al-Arabiyah as-Suriyah. Belangrijker is in ons verband echter mee te delen, dat veel ‘Suryoye' om begrijpelijke redenen liever de associaties ontwijken, die de vertaling van de benaming voor hun volk, taal en cultuur in veel talen oproept.
In het Nederlands is er wat de naamgeving betreft helaas geen duidelijk onderscheid zichtbaar tussen de Arabische Syriërs en de (oude) Christelijke Syriërs, welke twee geheel verschillende volken zijn; zowel etnisch-cultureel als religieus en linguïstisch. In het Engels daarentegen, heeft men recentelijk nog voorgesteld om een onderscheid aan te brengen tussen de "Syrians" (de inwoners van de Syrische republiek) en de "Syriacs" (‘Suryoye' die al millennia lang in de regio van Aram-naharaïm/Mesopotamië en in het land Aram/Syrië wonen). In het Arabisch bestond er al een onderscheid tussen een "Siryani" (‘Suryoyo' en "Siryaan" = ‘Suryoye', de meervoudsvorm) en een "Suri" (‘Syriër' en "Suryien" = ‘Syriërs'; de inwoners van Syrië); onder invloed van het Arabisch kent ook het Turks dit onderscheid. Gebaseerd op het Turkse "Süryani" (d.i. Suryoyo, enkelvoud), hebben de ‘Suryoye' uit Zweden ook in het Zweeds voor een onderscheid gezorgd tussen de "Syrianer" (‘Suryoye'; Syrian = Suryoyo, enkelvoud) en de "Syrier" (de Arabische ‘Syriërs' uit Syrië; in het enkelvoud spreekt men ook van "Syrier").
Wellicht dat het voor ons ook eens de hoogste tijd wordt, dat we een oplossing aanbieden aan de Nederlanders via de Van Dale bijvoorbeeld! Of kiezen we er toch liever voor om als onbekenden en vreemdelingen naar buiten toe te treden en onze inheemse benaming, d.i. ‘Suryoye', onvertaald te laten?
Herkomst van de naam
Waar de naam ‘Syriër' (‘Suryoyo') vandaan komt, is niet met stellige zekerheid te achterhalen. Vooral zij, die geloven, dat ‘Suryoye' afstammelingen zouden zijn van de oude Assyriërs, menen dat ‘Syrië' een verkorte vorm is van het Griekse woord voor ‘Assyrië'. Als we van de veronderstelling uitgaan, dat deze term oorspronkelijk (ong. 7e eeuw v.C.?) inderdaad van ‘Assyrië' afgeleid was, dan betekent het immers nog niet, dat de twee volken - Assyriërs/Othuroye en Syriërs/Suryoye in het Aramees - één en hetzelfde volk waren en nog immer zijn. De Westerse geleerden, die deze theorie aanvankelijk bedacht hadden, beweerden in essentie het volgende.
Toen de Grieken het Tweestromenland (Mesopotamië) binnendrongen, waren zij onbekend met de vele volkeren in deze regio. Zo ook de Arameeërs. De Assyriërs daarentegen, waren vanwege hun politieke machtspositie in deze regio welbekend voor de Grieken. De Grieken gebruikten de term ‘Syriërs' in beginsel zonder discriminatie en pasten deze benaming toe op verschillende volkeren met diverse etnische en linguïstische achtergronden. Deze term had aanvankelijk namelijk een politiek-geografische betekenis en kon dientengevolge verscheidene volken aanduiden. In bijzonderheid de onderdanen van de Assyriërs ontvingen deze benaming. Tegen de tijd van Alexander de Grote (ca. 331 v.C.) zien we, dat de naam ‘Syriërs' evenwel een etnische betekenis gaat krijgen. Ditmaal wordt het woord slechts beperkt tot het volk, dat toentertijd bekend stond als ‘Arameeërs'. Taalkundig gezien zou het tenslotte best eens mogelijk kunnen zijn, dat de term ‘Syrië' oorspronkelijk afgeleid is van het woord ‘Assyrië' (alhoewel ook aan deze theorie haken en ogen kleven). Maar dat zegt uiteraard niets over de betekenis, die het begrip ‘Syrië' in latere tijden heeft verworven; trek de chronologische lijn door naar het heden en merk op dat het vandaag weer een andere betekeniswaarde draagt.
Aldus de visie van de vroege voorstanders van deze hypothese. (Dat deze theorie vanaf de 20e eeuw door ‘Assyrische' nationalisten opgepakt en vervolgens misbruikt werd om hiermee een zogenaamde Assyrische herkomst te rechtvaardigen, kan niet ontkend worden.)
Enkele voorbeelden zullen hier meer licht op werpen. De Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel, die al in de derde eeuw v.C. voltooid was, vertaalde de woorden "Aram(eeërs)", "Aramese taal" en "Aram-naharaïm" (lett.: [het gebied] Aram van de twee rivieren) respectievelijk met "Syriërs", "Syrische taal" en "Mesopotamië" (lett. tussen [de] rivieren; het Tweestromenland). De synonymie tussen deze woorden wordt ons nog duidelijker wanneer we het getuigenis van o.a. Posidonius (tweede eeuw v.C.) erbij halen. Posidonius merkte evenals de eerste eeuwse geschiedschrijver Flavius Josephus op, dat het volk dat de Grieken "Syriërs" noemden, zichzelf echter met "Arameeërs" aanduidde. Als inwoner van Syrië (Apamea) zou hij het inderdaad geweten moeten hebben. Hier is dus duidelijk sprake van de zelfbenaming oftewel het zelfgetuigenis van de ‘Syriërs' (lees verder over hoe de vroeg-christelijke Syrische vaders hierover dachten).
Een simpel feit is dus, dat de Grieken de Arameeërs vanaf ongeveer de vierde/derde eeuw v.C. ‘Syriërs' noemden, maar dat zij zichzelf nog altijd ‘Arameeërs' bleven noemen in de eerste eeuw n.C.; dit ondanks de druk van buitenstaanders door hen als "Syriërs" te identificeren.
‘Armaye' > ‘Aramaye'
De benaming ‘Syriërs' ter aanduiding van de Arameeërs kwam nagenoeg meer in zwang toen de term ‘Arameeër' (dit speelde zich overigens al af in de prechristelijke periode) in het Hebreeuws synoniem begon te worden aan ‘niet-Jood; heiden'. Met de komst van Christus was het dus eigenlijk niet (meer) passend, dat de bekeerde Christelijke Arameeërs zichzelf nog met een naam identificeerden, die onder invloed van de Joden niet meer dan ‘heiden' kwam te betekenen.
In het zogeheten (klassiek) Syrisch, een oud Aramees dialect uit de regio van Edessa en tevens de literaire en liturgische taal van o.a. de Syrisch-Orthodoxen, vond men echter een theoretische oplossing voor dit probleem. In het Syrisch werd namelijk een onderscheid aangebracht tussen "Armaye" (d.i. heidenen; dit woord vindt men 20x terug in het Syrische Nieuwe Testament) en "Aramaye" (Arameeërs). Aramaye is vervolgens afgeleid van Armaye; in het spreekdialect van de Syrisch-Orthodoxen, waar men de oude Aramese a-klank had vervangen met een lange o-vocaal, is de ontwikkeling als volgt zichtbaar: Armoye > Aromoye (het merendeel spreekt vandaag echter van Oromoye).
Het is dan ook niet verbazingwekkend, dat we door al deze ontwikkelingen de benaming ‘Arameeër' langzaam maar zeker op de achtergrond zien verdwijnen in de praktijk en dat de naam ‘Syriër' - die, geheel in tegenstelling tot de connotatie die ‘Arameeër' destijds had, geleidelijk aan de bijbetekenis verwierf van ‘Christen' - meer in gebruik raakte. Niet langer gebruikten slechts buitenstaanders de term ‘Syriërs' voor de Arameeërs. Het waren eveneens de Christelijke Arameeërs zelf, die nu trots waren op hun ‘nieuw' verworven naam Syriërs/Suryoye (welke dus een Christelijke connotatie had verkregen) en tenslotte de benaming Syriërs als een geschikt alternatief accepteerden en gebruikten.
In de eerste eeuwen na Christus gebruikte men om deze redenen in het Westen (Palestina en Syrië; waar Joodse gemeenschappen talrijk waren) dus liever de term "Syriërs", waar men in het Oosten (Edessa en Babel) nog immer de benaming "Arameeërs" gebruikte voor de latere ‘Suryoye/Syriërs'. Uiteindelijk werd ook in deze Oosterse gebieden de naamsaanduiding voor de Arameeërs helder en opgelost door in de praktijk afstand te doen van de term ‘Arameeër', die geleidelijk aan vervangen begon te worden door de aanduiding ‘Syriër'.
Of de ‘Syriërs/Suryoye' vele eeuwen later zelf nog wisten wie zij waren en van welk volk zij afstamden? Jazeker wel! In Syrisch-Aramese teksten daterend uit ca. de zesde tot en met de 17e eeuw n.C., m.n. in de werken van lexico- en historiografen, vinden we de aanwezigheid van een besef, dat zij nog goed wisten wie zij waren en van wie zij afstamden.
Zowel in teksten afkomstig uit de traditie van West-Syriërs (e.g. Syrisch-Orthodoxen) als Oost-Syriërs (i.e. ‘Nestorianen' en ‘Chaldeeërs') vinden we nog citaten waarin er beweerd wordt, dat de Syriërs in vroegere tijden Arameeërs werden genoemd. Er zijn niet weinig teksten samengesteld door verschillende ‘Suryoye' uit verschillende tijden die hiervan getuigen. De Syrische kerkvader Bar Salibi (†1171) bijvoorbeeld, horen we in de 12e eeuw n.C. nog zeggen, dat de naam Oromoye/Arameeërs in de boeken (die kennelijk in zijn tijd nog omvangrijk in omloop waren en waarvan later talrijke verloren zouden gaan door verwoestingen, plunderingen, verbrandingen etc.) terug te vinden is ter aanduiding voor de Suryoye/Syriërs. Zelfs een van de meest beroemde Syrisch-Aramese geleerden, Bar ‘Ebroyo (†1286), schreef in de dertiende eeuw nog over de "Syrisch-Aramese natie/Suryoyutho Oromoyto"!
‘Suryoye' en ‘Assyriërs'
Of de huidige ‘Suryoye' óók afstammelingen zijn van de oude Assyriërs? Vanuit historisch en geografisch oogpunt kan men dit moeilijk aantonen. Volgens de eigen Syrische traditionele geschriften evenmin. Het is ook curieus, dat men reeds spoedig na de val van het Assyrische rijk niets meer verneemt van de oude Assyriërs; na 605 v.C. horen we in feite nauwelijks nog iets van de Assyriërs. Hoogstwaarschijnlijk hebben zij hun identiteit verloren en zijn ze opgegaan in de naburige volken. Dit was in het Antieke Mesopotamië geen uitzonderlijk verschijnsel. Talrijke (veelal verwante) volken, die uit de oudheid opkwamen, zoals Sumeriërs, Babyloniërs, Hittieten etc. - waar we later overigens ook niets meer van hebben vernomen -, zijn eveneens opgegaan in de zee der volken, die Mesopotamië rijk was.
Assimilatie begint meestal bij het verlies van de moedertaal en bij het verlies van een eigen autonoom grondgebied/land waardoor men de eigen traditionele normen en waarden niet langer in de eigen taal en in het gebied van de voorouders kan doorgeven aan de volgende generaties. Reeds in de zevende eeuw v.C. had het Aramees het Assyrisch/Akkadisch grotendeels verdrongen. Voorts werd in ca. 612-609 v.C. het Assyrische rijk op wrede wijze veroverd op de Assyriërs. Overlevenden hebben logischerwijs hun toevlucht buiten het oorspronkelijk Assyrische gebied proberen te zoeken. Dit komt doordat Assyriërs in hun voormalige eigen gebieden, waar zij heer en meester waren, te vrezen hadden voor de nieuwe wraakzuchtige veroveraars. Er is in feite nog veel meer te zeggen over de miraculeuze verdwijning van het Assyrische volk, waaraan in dit beknopt artikel helaas geen ruimte voor is weggelegd.
Voor het nu volgende is het belangrijk te onthouden, dat de benaming ‘Nestorianen' geen passende naamgeving is voor een gemeenschap noch voor een volk.
De kerkvader Nestorius (†451) was in de vijfde eeuw verbannen vanwege zijn vermeende ketterse leerstellingen. De Oost-Syriërs, die zijn dogma's niet verwierpen, werden al gauw gestigmatiseerd met de term ‘Nestorianen'; deze naam had een ketterse inhoud die eigenlijk, zo blijkt tegenwoordig, niet de ware theologie en christologie van de Oost-Syriërs representeert. Zo waren de Oost-Syriërs nog tot in de 16e eeuw bekend als ‘Nestorianen' en de West-Syriërs onder hun eeuwenoude benaming ‘Syriërs' (onthoud dat in vele Westerse vertalingen van de Bijbel - onder invloed van de Septuagint, zie boven - de vertaling van de oude Arameeërs simpelweg nog ‘Syriërs' luidde). In hun eigen dialecten noemden de ‘Nestorianen' zichzelf echter meestal "Sur(y)aye" en de West-Syriërs "Suryoye".
In 1551-1553 nu (in feite vinden we reeds in 1445 Rooms-Katholieke documenten waarin een groep ‘Nestorianen' te Cyprus ‘Chaldeeërs' genoemd begon te worden om hen te onderscheiden van hun vermeende ‘ketterse, Nestoriaanse' broeders) sloot een deel van de ‘Nestorianen' zich officieel aan bij de R.K.K. Omdat de naam ‘Nestorianen' dus een pejoratieve benaming had, noemden de katholieken de groep ‘Nestorianen', die zich bij Rome hadden aangesloten, eenvoudigweg ‘Chaldeeërs'. Zo onderscheidde deze nieuwe naam de ‘Christelijke Chaldeeërs' van de zogenaamd ‘ongelovige Nestorianen'. Volgens een 18e eeuwse Maronitische geleerde - de Maronieten, gecentraliseerd in Libanon, zijn overigens ook van Aramese/Syrische afkomst - kregen de bekeerde ‘Nestorianen' deze nieuwe naam in het bijzonder opgestempeld, omdat de hoofdzetel van hun kerk in het oude, prechristelijke Chaldea lag.
Enkele eeuwen later, rond de tweede helft van de 19e eeuw, zien we een soortgelijke situatie ontstaan bij de overgebleven groep ‘Nestorianen', die zich niet had aangesloten bij Rome. Ditmaal waren het opnieuw Westerlingen - namelijk Amerikaanse en Engelse archeologen en (Anglicaanse) missionarissen - die de term ‘Nestorianen' wilden vermijden en deze groep de benaming ‘Assyriërs' gaven. Hoogstwaarschijnlijk was dit bedoeld als tegenreactie op de katholieken, die enkele eeuwen ervoor hetzelfde hadden gedaan met de zojuist vermelde groep voormalige ‘Nestorianen' (waaruit de ‘Chaldeeërs' waren voortgekomen).
In verband met de etnische identiteit is het relevant mee te delen, dat de namen ‘Chaldeeërs' en ‘Assyriërs' voor de ‘Nestorianen' aanvankelijk puur vanwege geografische redenen werden toegepast en zo ook gebezigd werden. Het is dus niet zo, dat deze namen gebruikt werden omdat men er van overtuigd was, dat zij ook werkelijk de etnische nazaten waren van de oude Chaldeeërs of Assyriërs. De Oost-Syriërs waren namelijk geconcentreerd in de geografische gebieden, die ooit (ruim 2000 jaar ervoor) het hartland van de oude Chaldeeërs en Assyriërs omvatten.
Zoals katholieken dus vanaf de 16e eeuw de benaming ‘Chaldeeërs' populariseerden, deden Anglicanen en protestanten dat enkele eeuwen later met de aanduiding ‘Assyriërs'. In het verlengde hiervan begonnen ook de voormalige ‘Nestorianen' zelf deze voorchristelijke Mesopotamische namen te accepteren en ze toe te passen ter identificatie van zichzelf. Het idee, dat zij werkelijke afstammelingen waren van een van de zojuist genoemde volken uit de oudheid kwam slechts sporadisch voor in de 19e eeuw. In feite had de naam ‘Assyriërs', in tegenstelling tot de situatie na de Eerste Wereldoorlog, nog (te) weinig waarde om deze in de praktijk te verruilen voor de inheemse benaming Sur(y)aye waarmee men zich eeuwenlang al identificeerde en waarmee men zich over het algemeen nog steeds mee identificeert.
Naast het feit, dat in de 19e en de 20e eeuw men nog uitzonderlijk veel moeite had om Chaldeeuwse of Assyrische afstamming voor de ‘Nestorianen' - dus nog voor de Oost-Syriërs - te accepteren, zien we pas tegen het eind van de 19e eeuw en meer nog vanaf de vroege 20e eeuw, dat er wegens politieke redenen ook onder de West-Syriërs enkelingen waren, die zich lieten beïnvloeden door het idee van het toebehoren aan een virtuele ‘Assyrische natie'. Logischerwijs beschouwde iedere aanhanger van deze niet-bestaande natie zich als een directe nakomeling van de oude Assyriërs, los van het feit of het nu historisch juist was of niet.
Na bijna een eeuw lang intensieve propaganda te hebben gevoerd, is het niet verrassend, dat vandaag de dag velen (waaronder ‘Suryoye', die ook voor een korte tijd besmet zijn geweest door de ideologie van het ‘Assyrianisme') verward zijn geraakt inzake hun identiteit. Enkele voorbeelden van dit "nationaliseringsproject" waren/zijn:
- Na de Eerste Wereld Oorlog werden de namen van tijdschriften, verenigingen et cetera, die voorheen nog bekend stonden onder de naam ‘Syriërs/Suryoye' vervangen door de naam ‘Assyriërs/Othuroye', zowel in het Aramees als in de Westerse vertalingen;
- De geschiedenis werd herschreven door de ‘Assyrische' nationalisten, hoewel daartoe natuurlijk geen enkele aanleiding voor was, en zo begon het ‘assyrianiseringsproces' van de geschiedenis, de cultuur en de identiteit der Syriërs/Arameeërs;
- In de media werd er volop gesproken en geschreven over het gruwelijke leed, dat de zogenoemde ‘Assyrische natie' (die uit verschillende Syrische denominaties zou bestaan) was aangedaan in de vroege 20e eeuw;
- Kinderen kregen namen, die inmiddels uit de archeologie en de Assyriologie bekend waren geworden, zoals Sargon, Ishtar, Ashur enzovoort (namen die men immers nooit eerder kende).
Kortom: ‘Suryoye' zijn de afstammelingen van de Arameeërs. Dit volk heeft een naamswijziging ondergaan in de geschiedenis. Twee namen, qua klank en vorm weliswaar totaal vreemd aan elkaar, maar qua betekenis gelijkduidend. Evenals Britten en Engelsen, Ottomanen en Turken, of Perzen en Iraniërs één en hetzelfde volk representeren, zo ook de Syriërs/Suryoye, die volgens de vroege Syrische historici en de niet-Suryoye geleerden Arameeërs heetten. Latere geromantiseerde identiteiten zijn historisch onjuist. De complexiteit in de naamskwestie kan simpelweg verholpen worden door alles in zijn correcte (geografische, historische en chronologische) context te plaatsen.
Herkomst Arameeërs/Syriërs
In Bijbelse tijden, dit wordt bevestigd door de huidige wetenschappers, zien we dat de Arameeërs in grote getale geconcentreerd zijn in het gebied, dat in de Hebreeuwse Bijbel Aram-naharaïm wordt genoemd en waar hoogstwaarschijnlijk de oorsprong van dit volk gezocht dient te worden; in het Syrsch-Aramees kent men deze regio onder de namen Aram-nahrin en beth-nahrin. Dit gebied is na de 20e eeuw verdeeld door de Westerse mogendheden over verschillende groepen, die een claim op (delen van) dit grondgebied deden. Het gebied werd uiteindelijk onderverdeeld in de respectievelijk pasgeboren onafhankelijke landen Syrië (v.a. 1922, 1946), Turkije (v.a. 1923), en Irak (v.a. 1932). Aram-naharaïm/Mesopotamië is dus verdeeld over Noord-Irak, Zuidoost-Turkije en Noord-Syrië. Door deze beslissingen van individuele politieke Westerse leiders zijn de Arameeërs/Syriërs niet alleen hun oorspronkelijk thuisland kwijtgeraakt. Ze zijn tevens als volk ongewild verdeeld en overgelaten aan de genade van islamitische heersers (lees: tirannen), die de inheemse Christenen niet gunstig gezind waren/zijn.

Verder komen we in de Bijbel ook vele Aramese stadsstaatjes tegen, die verspreid waren over het gehele Nabije Oosten. De meeste koninkrijken hadden de benaming ‘Aram' voor hun eigenlijke naam. Bijvoorbeeld Aram-Soba en Aram-Damascus; in de Septuagint zijn al deze samenstellingen dus vertaald met ‘Syrië' ervoor. De laatste was tot een koninkrijk ‘Aram' geworden (in 732 v.C. werd dit Aramese rijk echter een Assyrische provincie. De expansie van het Assyrische rijk had er namelijk toe geleidt, dat de macht van de Assyriërs zich onder meer uitstrekte tot en met Egypte) en in 64 v.C. werd dit gebied tot de Romeinse provincie ‘Syrië'.
De gebieden van het Aramese koninkrijk ‘Aram' en de Romeinse provincie ‘Syrië' corresponderen ongeveer met de grenzen van het huidige Syrië. Het Aramese rijk bestond in hoofdzaak uit Arameeërs, terwijl de Romeinse provincie voornamelijk bestond uit Arameeërs (de inheemse bewoners), Joden, Grieken en Macedoniërs. Antiochië was de hoofdstad van deze provincie.
Pas vele eeuwen later verschijnen de Arabieren op het toneel. Dit volk, in tegenstelling tot de Arameeërs, is géén volk, dat oorspronkelijk uit Mesopotamië komt! De Arabieren verschijnen geleidelijk aan vanaf de tweede eeuw voor Christus in Mesopotamië en het is vooral sinds de zevende eeuw na Christus, dat de Arabieren hun gebieden weten uit te breiden en langzaam maar zeker het gehele Midden-Oosten (incl. vele Arameeërs!) weten te Arabiseren en te islamiseren. Tot op heden hebben zij hun machtspositie weten te behouden, met name dankzij hun taal en geloof. Eigenlijk was de Arabische machtspositie in de 15e-20e eeuw veel zwakker dan men op het eerste gezicht zou vermoeden, want het waren de Ottomaanse/Turkse heersers, die het voor het zeggen hadden in deze periode. Pas na de onafhankelijkheid van de verschillende republieken en landen in de 20e eeuw ontwikkelen de Arabieren zich op allerlei gebieden en zijn ze geworden tot wat ze vandaag zijn, echter niet zonder de steun van de Westerse mogendheden en diens politieke aspiraties en eigenbelangen in het Midden-Oosten. M.a.w., de oliebronnen en vele waardevolle grondstoffen hebben ze mede dankzij het Westen te danken ten koste van de inheemse bevolking.
De Arameeërs leven tegenwoordig verstrooid over de wereld in Diaspora (verstrooiing). Zij zijn door de Turken en de Koerden (relatieve nieuwkomers in Mesopotamië) verdreven uit de woongebieden waar zij millennia lang woonden. Dat is de voornaamste reden, dat grote concentraties Aramese gemeenschappen zich tegenwoordig bevinden in landen als Zweden, Duitsland, Nederlands en zelfs in de VS en Australië.
Toen de Joden verdreven werden uit hun thuisgebieden en eeuwenlang in Diaspora leefden, vergaten zij hun identiteit en hun wortels niet. Zij hadden slechts één droom: terugkeer naar Israël, het land der vaderen. Deze droom werd onder meer levend gehouden, zelfs (misschien wel: juist) in de meest uitzichtloze situaties, doordat zij hoop putten uit elkanders hoopgevende woorden: volgend jaar in Jeruzalem!
Laten wij Europese Arameeërs/Syriërs, die slechts een kleine drie decennia in Diaspora leven, hieruit een les leren en het gebied waarin onze vaderen eeuwenlang hebben geleefd en waarin zij op brutale wijzen zijn afgeslacht (de sayfo, het jaar van het zwaard, 1915), nooit en te nimmer vergeten. Integratie, OK. Maar niet ten koste van onze eeuwenoude kostbare Christelijke Aramese identiteit, taal en cultuur!
J. Messo (2001)
De trots der hedendaagse Arameeërs (Suryoye):
3000 jaar gesproken & geschreven Aramees
De oude Arameeërs (v.a. Griekse tijden Syriërs/Suryoye genoemd) hebben wellicht tegen het begin van het eerste millennium v.Chr. hun alfabet/schrift - níet hun (spreek)taal - aan het zogeheten Fenicische schrift ontleend. Er zijn evenwel ook geleerden, die zich tegen deze stelling verzetten en beweren, dat het Aramees zich veeleer onafhankelijk van het Proto-Kanaänitisch heeft ontwikkeld en dat het Aramese schrift pas later onder invloed is komen te staan van het Fenicische schrift. Hoe het ook zij, de Arameeërs wisten uiteindelijk een eigen schrift te ontwikkelen met eigen kenmerken en een eigen ‘wezen'. Een schrift, dat dus op een zeker moment een geheel eigen ‘identiteit' zou gaan aannemen. De Aramese identiteit wel te verstaan. Deze ontwikkeling voerde zelfs zover door, dat het Aramees op den duur niet slechts een gesproken en een geschreven taal door de Arameeërs was. Het Aramees wist namelijk door zijn eenvoudig gestructureerde schrift van slechts 22 medeklinkers zelfs het spijkerschrift, het schrift van o.a. Akkadiërs en Babyloniërs met maar liefst ruim 600 tekens, weg te concurreren. Met name door dit historische feit werd de Aramese taal (zowel de geschreven als de gesproken taal) uiteindelijk tot de lingua franca verheven onder machtige rijken, zoals die van de Assyriërs, de Chaldeeërs/neo-Babyloniërs en de Perzen (later bekend als Iraniërs).
In het Assyrische rijk van de achtste en de zevende eeuw v.Chr. fungeerde de Aramese taal voornamelijk in de communicatie van formele en officiële correspondentie; alhoewel erbij vermeld moet worden, dat de arameïsering van het Assyrische rijk zowel taalkundig als cultureel een feit was nog vóór de val van Assyrië in ca. 612-609 v.Chr. In het latere Perzische rijk (539-331 v.Chr.) zien we, dat het Aramees zich steeds meer ontplooit tot een culturele omgangstaal en een alledaagse
gesproken en geschreven taal. Met de komst van de Macedoniër Alexander de Grote (v.a. 331 v.Chr.), moest deze Semitische taal echter in grote delen van het Griekse rijk toegeven aan de concurrentie van de Griekse taal. Maar ondanks de toenemende invloed van het Grieks, behield het Aramees (inmiddels bekent onder een andere naam, ‘Syrisch') zijn positie in grote delen van het Midden-Oosten en was tot ongeveer de derde eeuw v.Chr. nog zowel de elitetaal als de omgangstaal van de lagere volksklassen in deze regio.
Drie eeuwen later, in de eerste eeuwen van onze Christelijke jaartelling, werd het Aramees echter nog volop gebruikt door verschillende volkeren in het Midden-Oosten. Met name door de Joden in (het v.a. de tweede eeuw door de Romeinen genoemde) Palestina oftewel Israël en omstreken. De Joden gebruikten eerder het Aramees dan hun eigen taal (d.i. Hebreeuws). Archeologen en historici bevestigen dit gegeven. Een van de bekendste en spraakmakendste voorbeelden is het Griekse Nieuwe Testament (NT), zoals wij het ontvangen hebben, dat onder meer getranscribeerde Aramese woorden bevat. Er is namelijk een sterke invloed van het Aramees zichtbaar en de Semitische (lees: Aramese) gedachtenwereld is evenzeer volop aanwezig in het (Griekse) NT. Sterker, niemand minder dan de volmaakte God-Mens Jezus Christus onderwees en communiceerde in het Aramees! (Het is overigens een wijdverbreide misvatting, dat de Hebreeuwse gesproken en geschreven taal in de eerste eeuw n.Chr. al volledig was uitgestorven.) Noemenswaardig is verder, dat de allereerste vertaling van het NT in het Syrisch-Aramees geschiedde en veelal aangeduid wordt met Peshitta/Peshitto (vert.: ‘eenvoudig, simpel'; ‘verspreid'; het had wellicht dezelfde functie als de Latijnse Vulgata). Deze Syrisch-Aramese vertaling wordt tegenwoordig nog steeds gebruikt door de verschillende Syrische (Aramese) kerkgemeenschappen.
Heb je er trouwens ooit wel eens bij stilgestaan, dat zonder de Aramese taal "the expansion of Christianity in the Orient would have been unthinkable"? Ook dit onbetwiste feit getuigt van de relevantie, die de Aramese taal voor de gehele mensheid en vooral voor het vroege Christendom heeft betekend; de vroege kerstening van het Nabije Oosten heeft immers hoofdzakelijk plaatsgevonden in het Aramees, en niet slechts onder de voormalige heidense Arameeërs.
De Joden hadden - dit ter aanvulling - in de eeuwen voor de Christelijke jaartelling ook nog eens het zogeheten ‘kwadraatschrift' van de Arameeërs overgenomen, waardoor het gebruik van hun eigen schrift op den duur verloren is
geraakt. Dit Aramese schrift gebruiken de Joden (Israëliërs) vandaag de dag nog steeds, met name dus in Israël. Dit is tevens het schrift waarin de Hebreeuwse Bijbels zijn uitgegeven.
Enkele eeuwen later, vanaf de zevende/achtste eeuw n.Chr. om precies te zijn, krijgt de Aramese taal te maken met serieuze rivaliteit. Nadat het eeuwen ervoor reeds eerder de strijd had aangebonden met het Grieks, maakte het Aramees zich ditmaal op voor een gevecht tegen de Arabische taal, die overigens nauw verwant is aan het Aramees evenals het Hebreeuws - alle drie behoren ze immers tot dezelfde Semitische talenfamilie en worden daarom ook wel ‘zustertalen' genoemd. Deze keer kwam het Arabisch, echter zonder enig ‘tegenspartelen' van het Aramees, als winnaar uit de strijd en wist het gebruik van het Aramees zowel als spreektaal (spoedig) en als literaire taal (geleidelijk) terug te dringen in het gehele Nabije Oosten.
Zo begon het Arabisch vanaf ongeveer de achtste eeuw n.Chr. op te rijzen als de nieuwe lingua franca van het Midden-Oosten. Tot op heden functioneert het Arabisch nog altijd als de officiële en de culturele voertaal in het gehele Oude Nabije Oosten. Met de komst van de Arabische taal, beter gezegd, sinds het arabiseringsproces zijn de Arameeërs (suryoye) vele christelijke, profane èn voorchristelijke Griekse werken naar het Arabisch gaan vertalen. Dit geschiedde veelal indirect via een reeds eerder voltooide vertaling van het Grieks in het Aramees, of direct vanuit het Grieks in het Arabisch - deze ervaren Aramese vertalers hadden immers al veel Griekse geschriften naar het Aramees vertaald. Enkele voorbeelden zijn filosofische traktaten van hoogaangeschreven filosofen als Aristoteles, astronomische en astrologische geschriften, boeken over medicijnen, geschiedenis, etc.
Waar de Arameeërs (Suryoye) zich ook op mogen beroemen, is het onomstreden gegeven, dat de Aramese taal en om nog specifieker te zijn het literaire Syrisch-Aramese dialect van Edessa, als brug fungeerde tussen de Grieks wetenschappelijke wereld en de Arabische wereld en op deze wijze dus indirect aan de vooravond stond van de kennisoverdracht van de Mesopotamisch-Griekse wetenschap aan de Westerse wereld. Treurig, maar waar, wordt dit feit in de meeste schoolboeken en studieboeken vaak niet vermeld. Indien er überhaupt wat over vermeld wordt, dan is het vaak slechts een kanttekening. Bovendien is voor de lezer dan nog niet bekend wie bijvoorbeeld deze Christelijke Arameeërs (suryoye) waren/zijn! In deze boeken, waarmee óók de volgende generatie wordt opgevoed, wordt meestal alle eer (m.i. volledig onterecht) aan de Arabieren toegekend. Zij zouden het immers zijn, die aan de wieg stonden van de Renaissance en de Verlichting, die uiteindelijk grote vorm hebben gegeven aan de Westerse samenlevingen. Terwijl het toch wel degelijk de Christelijke Arameeërs (Suryoye) waren aan wie in allereerste instantie de meeste lof toebehoort. Een welbekende Britse professor in Hebreeuwse en Aramese Studies verbonden aan de Oxford University (Engeland) schreef enkele jaren geleden nog het
volgende. "Indeed, in some ways their [i.e. de Aramese taal en de literatuur] chief historical significance might be said to lie in the fact that they provide the main link in the chain between the civilization of Antiquity (Greek as well as Mesopotamian) and that of the Arabic-speaking world today."
De Aramese taal, die traditioneel in de Noordwestelijke tak van de Semitische talenfamilie wordt ingedeeld, bracht al spoedig verschillende gesproken dialecten voort. Daar kwam nog eens bij, dat in de loop der tijd eveneens verschillende Aramese schriften zijn ontstaan in verschillende geografische gebieden. Vandaar dat de Aramese taal vaak gecategoriseerd en verdeeld wordt in opeenvolgende fasen.
Dit gebeurt meestal volgens de geografische liggingen waar men constateert, dat er Aramees werd gesproken / geschreven, teneinde de geografische alsook de chronologische ontwikkelingen, die deze taal heeft ondervonden, duidelijk in kaart te brengen en te visualiseren; niet geheel ten onrechte kan men vraagtekens plaatsen bij enkele van dergelijke hypothetisch ingedeelde fasen.
Zoals elke taal kent ook het Aramees talloze dialecten. Dialecten van de taal, die ooit in het leven werd geroepen door de oude, prechristelijke Arameeërs (Suryoye), bestaan vandaag de dag nog steeds en worden hoofdzakelijk door groepen Christenen, Joden, Mandeeërs en in mindere mate door moslims gesproken in (gebergten in) het Nabije Oosten. Deze Aramese dialecten worden in de wetenschap vaak aangeduid met de vaktermen ‘Neo-Aramese dialecten' ofwel ‘Modern Aramese dialecten', die op hun beurt binnen de oostelijke tak van de Aramese taal vallen, waar ook het zogenoemde Turoyo geplaatst wordt, dat trouwens eveneens in verschillende subdialecten onderverdeeld kan worden (bijv. Midyad en Miden dialect), alhoewel het hoofdzakelijk slechts nuanceverschillen zijn. De nog eeuwenoude gebruikte liturgische taal van de meeste Aramese (Syrische) kerken wordt ook wel het ‘(klassiek) Syrisch' genoemd, dat als een Aramees dialect in de regio van Edessa (thans Sanliurfa, Turkije) tot bloei is gekomen.
Ten slotte kan de trots en de roem van de Arameeërs (Suryoye/Syriërs v.a. Griekse tijden) door twee professoren, die een groot deel van hun leven met name aan de Aramese taal en cultuur hebben gewijd, belicht en bevestigd worden.
Johny Messo (2001)