Hoe zijn wij aan de naam 'Baradaeus' gekomen voor onze vereniging?

Jacobus Baradaeus (490-578) was een theoloog en stichter van de Syrisch-orthodoxe kerk.


Hij was zoon van een priester. Omdat zijn ouders lang kinderloos bleven, smeekten zij God met vasten en bidden om een kind. Zij beloofden het kind aan God te wijden. Toen Jacobus de kinderschoenen was ontgroeid, wilde hij zelf deze belofte gestand doen. Hij trad in in een klooster bij zijn geboorteplaats, aan de bovenloop van de Eufraat. Daar leefde hij in uiterste soberheid. Soms vastte hij 3 weken aan één stuk. Zijn moeder kon zich echter niet neerleggen bij haar eigen gelofte. Telkens vroeg zij haar zoon om toch mee te gaan naar de stad, al was het maar voor korte tijd. Maar Jacobus weigerde beslist: ‘Bedenk toch, dat gij mijne ziel verloofd hebt aan Christus, de onsterfelijke Bruidegom'. Toen zij bleef aandringen, sprak hij tot de abt van zijn klooster: ‘Bid toch voor mij, dat Christus óf mijn leven wegneme óf mijn moeder het zwijgen oplegt'. Een jaar later stierf zijn moeder en na drie jaar zijn vader.

Zijn ascetisch leven zette hij daarna met toewijding voort. De grote erfenis, die hij verwierf, schonk hij aan de slaven van zijn vader. Zijn levenswijze leek - volgens zijn biograaf op die der onstoffelijke legerscharen': Weinig nachtrust, weinig voedsel. Van heinde en verre kwamen mensen om door hem genezen te worden, want hij kon wonderen verrichten. Na de hevige vervolging van de monofysitische ketters onder keizer Justinus, werd Jacobus door Justinianus naar Constantinopel geroepen om zijn geloof te verdedigen. Vooral keizerin Theodora was een enthousiast bewonderaar van hem. 15 jaar woonde hij in de stad - in aanhoudende ascese en afzondering bestudeerde hij de Heilige Schrift. Het gunstige tij voor de monofysieten keerde. De vervolgingen in het Oosten braken weer los. Een bevriende Arabische vorst pleitte echter bij de keizer voor, dat Jacobus als bisschop voor Syrië zou worden aangesteld en - wonder boven wonder - het gebeurde. Jacobus werd tot bisschop van Edessa gewijd en trok naar zijn gebied, aangemoedigd door een stem in een droom: ‘Weid onze schapen en behoed hen tegen de wolven'. Jacobus zou de rest van zijn leven onophoudelijk reizen om het Syrisch christendom te versterken en op te bouwen. Zomer en winter droeg hij hetzelfde eenvoudige kleed, dat hij niet eerder verwisselde dan wanneer het er als een lappendeken uitzag. Vandaar dat hij de bijnaam ‘Baradaeus', de voddenman, kreeg. Te voet trok hij zoals eenmaal Paulus - van Syrië naar Capadocië; naar de Sinai,Cyprus, Rhodos en vele andere plaatsen. Naast wonderen verrichten was zijn belangrijkste taak het wijden van priesters en bisschoppen. Volgens zijn hagiografen wijdde hij 102.000 priesters en 27 nieuwe bisschoppen. Het structurele ‘netwerk' van de kerk is aan hem te danken. De tegenstanders probeerden hem de mond te snoeren en zetten een prijs op zijn hoofd, maar telkens was hij zijn vervolgers te slim af. Pogingen tot verzoening met de ‘orthodoxen' liepen op niets uit. In 578 stierf hij - op reis naar Egypte - onder verdachte omstandigheden. De Syrisch-orthodoxen worden wel naar hem genoemd: ‘Jakobieten'.